| |
Faillissementsrecht
Algemeen
Het faillissementsrecht is in ons wetboek en de jurisprudentie geregeld. Het globale faillissementsrecht bestaat in feite uit drie rechtsgebieden, te weten het specifieke faillissementsrecht, het rechtsgebied surséance van betaling en de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Deze rechtsgebieden zijn nauw met elkaar verbonden en kunnen in sommige gevallen elkaar overlappen. In 2004 werden er circa 6200 faillissementen, 1800 schuldsaneringen en 275 surséances uitgesproken. Voor al deze zaken is termijnbewaking en afwikkeling vereist. Voor een goed inzicht in een faillissement, surséance of schuldsanering kan men zich wenden tot de rechtbank, alwaar de driemaandelijkse rapportages openbaar ter inzage liggen. Verder is het vaak mogelijk dat men op de website van het advocatenkantoor van de curator of bewindvoerder nadere informatie vindt. Tot slot kan men op specifieke websites zoals www.curatoren.nl veel informatie vinden.
Faillissement
Een faillissement kan worden uitgesproken voor zowel een onderneming als een natuurlijk persoon. Het faillissement kan ook zowel door een crediteur als door de betrokkene zelf worden aangevraagd. Indien een faillissement wordt aangevraagd door een crediteur, dient deze dit bij verzoekschrift te doen door middel van een procureur. De vordering van de crediteur dient te worden aangetoond en vaak zijn ook één of meer steunvorderingen vereist. Men doet er dus goed aan om voorafgaande aan een verzoek tot faillietverklaring de debiteur een aangetekende brief te doen toekomen met daarin een laatste sommatie tot betaling van de vordering binnen een bepaalde termijn, bij gebreke waarvan een verzoek tot faillietverklaring zal worden ingediend bij de rechtbank. Voorts doet men er goed aan om alvast te onderzoeken of er wellicht nog meerdere crediteuren zijn en of deze willen meewerken aan het faillissement.
Indien men zich tot een procureur wendt en deze dient het verzoekschrift tot faillietverklaring in, dan zal het nog enige tijd kunnen duren voordat de rechtbank uiteindelijk vonnis wijst. Zo krijgt de betrokkene zelf maximaal 3 keer de gelegenheid om zich te verdedigen en ook wordt aan de orde gesteld of de betrokkene deugdelijk is opgeroepen. De betrokkene kan ook een betalingsregeling proberen te treffen, waardoor de behandeling ook wordt aangehouden. Indien toch het faillissement wordt uitgesproken, wordt er gelijk een rechter-commissaris en een curator benoemd die zich met de afwikkeling van het faillissement zal bezighouden. Alle correspondentie en bevoegdheden komen dan toe aan de curator, al dan niet met toestemming van de rechter-commissaris. De vorderingen van de crediteuren worden dan als het ware bevroren en moeten worden ingediend.
De afwikkeling van een faillissement dient voorspoedig te gebeuren, maar naarmate er grotere belangen spelen, zal de totale afwikkeling langer op zich laten wachten. Zo kan er sprake zijn van debiteuren van de boedel die niet willen betalen of zelfs aansprakelijkheid van de bestuurder die verhaald dient te worden. De meeste faillissementen worden opgeheven wegens de toestand van de boedel. Dit betekent dat er geen uitkering aan de (concurrente) crediteuren gedaan wordt. Bij een dergelijke opheffing eindigt de onderneming. De natuurlijke persoon blijft uiteraard voortleven en de rechten van de crediteuren zullen dan ook weer herleven en zij kunnen zich weer tot de natuurlijke persoon richten. Indien er toch een uitkering gedaan kan worden, dan dient door de curator een uitdelingslijst te worden opgesteld. Conform de geldende jurisprudentie terzake de rangorde en mate van preferentie zullen de crediteuren dan een (gedeeltelijke) uitdeling krijgen, waarna het faillissement is afgewikkeld. Één en ander wordt uiteraard nog gepubliceerd in diverse kranten.
Surséance van betaling
De rechtsvorm surséance van betaling kan gezien worden als een tussenfase tussen een eventueel faillissement of een hervatting van alle bevoegdheden. De rechten van crediteuren worden voor een korte periode bevroren, zodat de sursiet orde op zaken kan stellen. Zowel een onderneming als een natuurlijke persoon kan surséance van betaling aanvragen. Dit dient te geschieden door middel van een verzoek aan de rechtbank. Indien de rechtbank er van overtuigd is dat de schuldenlast op het moment van de aanvraag zodanig hoog is en dat er toch op korte termijn een goede mogelijkheid voor sanering van deze schulden voorhanden is, dan kan de rechtbank de surséance van betaling uitspreken. Dan wordt ook een bewindvoerder benoemd en normaliter ook een rechter-commissaris. De bewindvoerder heeft niet de bevoegdheden van een curator in een faillissement, maar heeft wel een beslissingsbevoegdheid zonder welke de sursiet niets kan doen. De surséance zal in de regel eerst voorlopig zijn, totdat de bewindvoerder de rechtbank adviseert om de definitieve surséance toe te passen. Indien dit advies niet komt binnen de vooraf bepaalde korte periode na toepassing van de surséance, dan zal vaak de surséance van betaling eindigen. Indien de crediteuren geen betaling hebben ontvangen en een faillissementsaanvraag doorzetten, dan zal vervolgens vaak het faillissement worden uitgesproken. Indien de definitieve surséance wel wordt toegepast, dan dienen de schulden via een plan te worden gesaneerd. Het plan wordt door de bewindvoerder en de sursiet opgesteld en medewerking van de crediteuren is ook vereist.
Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP)
De WSNP is bestemd voor natuurlijke personen. Toepassing van de WNSP kan vrij eenvoudig worden aangevraagd, mits voorzien van een deugdelijke onderbouwing. De WSNP houdt in dat de betrokkene, de saniet, gedurende een periode van drie jaren, moet dulden dat de bewindvoerder het beheer over zijn boedel voert en zijn post opent. Er komt ook een saneringsplan. Dit is het plan dat de rechtbank heeft vastgesteld. Dit plan bepaalt dat de saniet door middel van een maandelijkse bijdrage aan de boedel een afgesproken bedrag doet toekomen ter aflossing van de schulden. De crediteuren kunnen dan hun vorderingen bij de bewindvoerder aanmelden en aan het einde van de WSNP zal er een crediteurenvergadering belegd worden, waarin de uitkering wordt vastgelegd. Nadat de uitkering door de bewindvoerder is gedaan zal er opnieuw een zitting plaatsvinden, waarbij rekening en verantwoording afgelegd wordt en uiteindelijk aan de saniet de schone lei wordt verstrekt. Na het verkrijgen van de schone lei zal de saniet dus na drie jaren verlost zijn van zijn schuldenlast (tenzij hij in de tussentijd nieuwe schulden heeft gecreëerd) en opnieuw kunnen beginnen. Hij krijgt dan ook weer de bevoegdheid over zijn volle vermogen en post.
Het akkoord
In geval van een faillissement, surséance van betaling of schuldsanering is het aan de failliet, sursiet of saniet om een akkoord aan te bieden aan alle crediteuren. Indien het akkoord wordt geaccepteerd, dan zal het faillissement ongedaan gemaakt kunnen worden en herleven de rechten van de failliet, sursiet of saniet. Met een akkoord dient rekening gehouden te worden met de schuldenlast, kosten voor de bemiddeling bij het aanbieden van het akkoord, griffierecht en publicatiekosten. Het is verstandig om voorafgaande aan het aanbieden van een akkoord de crediteuren te polsen omtrent hun bereidwilligheid om vóór het akkoord te stemmen. Indien een crediteur een akkoord krijgt gepresenteerd is het verstandig om dit goed te bestuderen, eventueel met hulp van een raadsman.
|